De Kwakiutl-winterdansen gaan veelal gepaard met
initiatieceremoniën. De inwijding in het geheime
'Hamatsa-genootschap' is daarvan de meest prestigieuze. In
afzondering in het woud, wordt de kandidaat onderwezen door een
machtig en schrikwekkend bovennatuurlijk wezen, de 'menseneter van
het noordelijke einde van de wereld'. De leerperiode wordt
afgesloten met een gemaskerd dansdrama, dat tot doel heeft de pas
ingewijde opnieuw in de gemeenschap op te nemen. Aanvankelijk is de
nieuweling nog bezeten door de geest van zijn bovennatuurlijke
leermeester, wat blijkt uit zijn extase en zijn ondragelijke honger
naar mensenvlees. Met zang en dans slagen de leden van het
'Hamatsa-genootschap' erin de wilde kannibaal geleidelijk te temmen
tot hij in zijn menselijke staat wordt herboren. Verschillende
maskers, waaronder de 'mensenetende raaf' en de 'gekromde bek van
de hemel' simuleren op dramatische wijze de grensoverschrijdende
positie waarin de pas ingewijde zich bevindt. De 'mensenetende
raaf' en de 'gekromde bek van de hemel' worden doorgaans door een
afzonderlijk masker weergegeven. In ons geval zijn ze in één masker
verenigd. Met touwtjes kan de danser de bekken van de maskers laten
klepperen en zo de kannibalistische kreten van de jonge
geïnitieerde nabootsen.